Aah, de aangetekende zending. Een gemak, een zekerheid, een service van De Post. Het enige grote nadeel voor de kleine particulier? Je moet ze persoonlijk gaan afgeven op het kantoor van diezelfde Post, maar dat heb ik er graag voor over, alleen al om nog eens een stukje te kunnen schrijven.
Ik wandel het postkantoor binnen, net wanneer de laatste klant voor mij het gebouw verlaat. Op goed geluk kies ik een loketbediende uit, wandel er naartoe en krijg op 1 meter afstand plots de vraag of ik alstublieft een nummertje wil nemen. De bediende legt me uit dat ik er net voorbij gewandeld ben: een klein kastje met 2 zwarte knoppen, telkens voorzien van het label "Alle verrichtingen". Een druk op de knop later krijg ik een vers-van-de-pers ticketje met daarop volgnummer "A 217". Meteen kijk ik omhoog naar het volgnummerscherm, en alsof het magie was verscheen mijn nummer in een oogopslag, vergezeld van een hemelse tune. Dezelfde dame van daarnet vertelt me: "U mag bij mij komen", waarna mijn zorgvuldig bewaard volgnummertje meteen herleid wordt tot propje.
Mijn envelop op de balie gelegd vertel ik dat ik hem graag aangetekend zou verzenden. Ik neem alvast de beschikbare pen in de hand. "Dan mag u dit briefje invullen," ik krijg een briefje, "dat kan u daar aan het tafeltje doen, waar eigenlijk ook de briefjes sowieso te vinden zijn. Legt u die pen maar neer." Ik kijk achter me, zie inderdaad een gezellig kleutertafeltje staan, kijk opnieuw naar de loketbediende en vraag of ik niet gewoon aan de balie mag blijven staan. Er was immers geen enkele andere klant achter me in het postkantoor, ook niet voor de 2 andere bedienden. Een stomverbaasde en betweterige blik, gevolgd door een "ja... oké dan" gaf me dan toch de toestemming de pen ter hand te nemen en het briefje in te vullen. "Maar ik ga u wel even in wacht moeten zetten." Alsof ik aan de telefoon was beantwoordde ik dat al schrijvend en reeds halverwege het briefje: "geen enkel probleem." Welgemikt klikt ze een knop op haar computer aan, draait zicht om, stapt naar haar collega's met allen een tas koffie in de hand en zegt: "Toch wel erg, hé, daar in Moscow." In mijn mooiste geschrift vul ik het bonnetje verder in.
Na wat lanterfanten van mezelf en wat gezever (werkelijk!) van de bediende, kwam deze terug met de vraag of het goed gelukt was. In mezelf denkende dat de velden "naam, straat, nummer, postcode, gemeente" moeilijk te verwarren zijn, beantwoord ik de vraag positief. Maar liefst 30 seconden heeft de bediende nodig om mijn dossier weer uit wacht te halen. Nuttig, zeker omdat het invullen van mijn briefje een hele 20 seconden in beslag nam.
"Zeer goed", zegt de loketbediende me en ik hoop nu een nota "10/10, doe zo voort!" te krijgen. Nee hoor, het enige wat ik krijg is: "Wenst u nog andere zendingen te versturen?" Met lege handen kijk ik haar aan... Een stilte volgt.
"Neen, dit was het", vertel ik haar in een poging niet al te droog uit de hoek te komen. Ik betaal met mijn kaart, krijg een bedankje en het briefje waar ik zo mijn best voor had gedaan wordt nu terug in mijn eigen handen geduwd.
"Wij zullen uw brief verzenden." Hoera, gelukt! Tevreden voorzie ik haar van een vrolijke "dank u wel."